Saturday, August 29, 2015

De Generale Lant-Beschrijvinge Van Het Ambonse Gouvernement Caput 3




(Sumber: Title: Carte Particuliere de L'Isle D'Amboine. Artist: Bellin, Nicolaus Published: Paris, N. Bellin Date: 1760)

Van de resteerende negorijen des lands Hitoe. Nu zullen wij voortvaren te beschrijven de agtentwintigh resterende kleene negerijen, dewelke met de twee bovenstaande Tomu en Hoenut 30. maken en van outs regte onderdanen van de vier hoofden des lants Hitoe geweest zijn, verdeelt in 6. oelijs off gespanschappen en zijn altesamen Mooren of Oelilimaas, als volgt.


Mamalo

Het tweede oelj bijgen[aam]t Selessi leijd int Noord{en} en Noord Oosten van Hitoelamma en bestaat in dese vijf negerien, d’eerste Latoe of het eijgentlijke Mamalo, de tweede Polut, de derde Hausihol, d’vierde Loijen, d’vijfde Lien het welk nu daarvan afgesondert is. (31r) Latu of Mamalo een grote negrie lag eertijts 1 en 1/2 uur gaans van strand, op eenen vasten berg gen[aam]t Ijaloeli, digt aen de groote revier gen[aam]t Waij Ela ofte Solopaij, was sterk eerstijts 130. mannen. Van daar konde men langs het gebergte lopen door Polut en Loijen en malcander succureren. Hedendaags leijdse met de drij resterende negrijen op een fraaijen santstrand Lebelissa gen[aam]t, bij ‘t reviertie de Waij Oeme, een weijnig benoorden de voors[egde] groote revier ende een uur gaans benoorden Hitoelamma. Dese negerie is verdeeld in drij mindere campons, als het eijgentlijkcke campon Matita (Malela) onder den radja selfs. Het tweede campon Ululatucau (Ululatucaij) onder Tehupoeti Ela, anders capteijn Mamalo gen[aam]t. Het derde campon Hatuala onder Patti Tembessi hedendaags sterk 78. weerbare mannen, 262. zielen en 25. datis staan t’samen onder den Radja Halauw {Halaene}, werdende het hooft van dit oelij altijt Radja of Latupolunoeno gen[aam]t.

Polut

De twede Polut {off Porut}lag in een groot half uur Noordelijcker van Mamalo int selve gebergte, hebbende eenen moeijelijcken opgang van strant, was eertijds sterk 60. {weerbare} mannen hedendaags 34., 118. zielen en 13. datis. Heeft tot hooft Latuwiloeloe. Dese negrie of eijndelijck {eigentlijck} haar hooft segt men afkomstig te zijn van Porut anders Poorto gen[aam]t op’t eijland
Uliassar, waarvan een gedeelte jnwoonders, hatende de wreetheijt van haaren Radja met den woon hun herwaarts begeven hebben.

Loijen

De derde Loij{e}n leijd niet ver van Polut naar het Noorden, hebbende tusschen  beijde de revier  Waij Oeme, mede moeijelijk van opgang, en was in Kackialijs oorlogh51 gefortificeert, mede sterk 60. mannen, hedendaags 43. d[it]os 135. zielen 15. datis, haar hooft is Latupauselan.

Hausihol

Den vierden Hausihol lag wat nader op strand, langs een laag maar klippig gebergte, van voren stijl opgaande, in vorige oorlogen mede gefortificeert een half mijl benoorden Mamalo, haar uijt (31v) comst is den strant Saijlapi. Het bestaat in drij grote campons, dewelcke met haar woninge sigh uijtstrecken tot Capaha toe; als het campon Tomasiwa onder Oemarela als het campon Telleboan onder Bessihatoe. Het campon Hetalessi onder Hatoemelebessi t’samen eertijts sterk 100. mannen 118. d[it]os, 413. sielen, 46. datis.

Cappaha een
vaste bergh

Ontrent een halve mijl naa ‘t Noorden digt aan het strand leijd den steijlen bergh Capaha52, waarop hun de rebellige eijlanders A[nn]o 1643 vast gemaakt hadden onder den orangCaij Tulucabessi, en hielden desen plaats soo onmogelijk te winnen, dat se zeijden d’ Hollanders mosten vleugels hebben als zij daar op wilden comen, weijnig denkende datse drie jaren daarna sonder vleugels daarop zouden raken en haar van boven neersmijten. Dit Capaha is bij de Portugeesen tijden een retraict {retiraad}, of vlugtberg geweest der Hitoeesen onder Samsamu anders Matta Hausihol gen[aam]t uijt den stam Tanahitoemessing,Tahalille, Tubanbessis derde zoon (32r) en vader van Tulucabessie aan wien den gouvern[eu]r Philip Lucasz.53 dese plaats slegts tot zijn woninge vergunt hadde, zoo dat Capaha voor geen besondere negerie moet gehouden werden en rondom hetselve leijd een groot en woest gebergte, het welck anderhalf mijl tot Lijen toe onbewoont is, seer hackelig en met valleijen doorkloven.

Tanitta gebergte

Het hooge gebergte agter Capaha tussen hetselve en Waij wert met een gemeenen naam Tanitta54 gen[aam]t en is het hoogste van het gehele eijland. Het werd in vredenstijden niet bewandeld wegens zijne ongemackelijkheijt, want omtrent het hoogste is het seer steijl en soo wel het land als de bomen met een eeuwige mos[s]e {mosch} bedeckt, die soo diep leijd, dat men een mistreed doende tot over de ooren daarin zackt, daarom men voorzigtigh treden moet om op de wortels der bomen te trappen. Geheel boven in het selve moste {bosch} staan maar laage en dunne boomtjes met kleene ronde bladertjes als (32v) Waccat Bessi, maar gelijken van het omhangende mosch geheel dicke boomen te zijn. Het is boven op soo kout, dat men geen levend gedierte daar bovenop vind, behalven eenige swarte [h]agedissen, die in’t mosch schuijlen. Men kan ook geen vuir daar boven houden off aansteecken, dewijl het mosch soo vogtig is, dat het gedruckt sijnde water uijtgeeft. Rondom dese steijle hoogte aan het hangen des bergs is het datelijk warmer aldaar men
dammarbomen vind.

Lien

Onder dit oeli heeft eertijts gehoort Lien tot de Cappahaase oorlog toe, als wanneer Lien kiesende de zijde van de Comp[agni]e zig van sijne gespan-nen {gespanschap} afsonderde, bij Waij voegde en naderhand onder admir[aa]l Arnold de Vlaming55 als Waij geheel Christen wierd, op zigh selfs gestelt is. Het lag eertijds op een hoog gebergte, wel anderhalf uur van het strant, verdeelt in drij campons. Hedendaags leijd het op strant in een boght op de Noorthoek van Amboina onder den orangKaij Hulan of SoebalessiTuni, (33r) sterk 25 mannen en scheppende een kleene Corre Corre alleen. A[nn]o 1671, 108. mannen, 353. sielen en 60. datis. Maar de resterende negrien van Mamalo
geven uijt een grote Cor Corre. Dog zijn A[nn]o 1671 in twee verdeelt voerende den Radja met de negerie Polut en Loijn d’eene helft ende Hamsihol onder Oemarela d’andere helft. {zij wierden A[nn]o 1691 te samen bevonden 339. mannen, 1119. sielen, 118. datis, zijnde Lien daarvan lang afgesondert}.

Mamalos
Oorsprong

Mamalo geeft redelijk veel nagelen, maar d’jnwoonders zijn int aanplanten wat luij en tot ‘s Comp[agnie]s dienst vrij onwillig. Zij hebben ook dikwils dingen op haar eijgen houtie gedaan, sonder consent van de Hitoeese regering. Zij seggen eertijts gewoont te hebben op Leijtimor bij [H]oetoemoeri, maar met Leijtimors orangCaijen oneens geworden zijnde over ‘t deel van zeeckere buijt als boven vermelt, hebben haar afgesondert en op Hitoe nedergeset, met een wegsmijtende den naam Ulisivaa en aannemende die van Ulilima, gelijkse dan tot nogh toe van de andere Hitoeese Mooren verschillen int rekenen van hare nieuwe maan en jaarfeesten.

No comments:

Post a Comment

Note: Only a member of this blog may post a comment.